
Bibliotheek 2.0 c.q. web 2.0 staat voor interactief bezig zijn met de klant. Interactiviteit is immers het kenmerk van web 2.0 ontwikkelingen.
Kan (nog) niet overzien en beoordelen in hoeverre alle web 2.0 toepassingen daadwerkelijk een toegevoegde waarde hebben voor de "overlevingskansen" van de bibliotheek.
Denk dat het noodzakelijk is om steeds weer opnieuw te bekijken wat web 2.0 toepassingen toevoegen aan datgene waarvoor de bibliotheek staat en wat beschouwd wordt als haar sterke punten. Over die sterke punten, bijvoorbeeld bewaker en aanbieder van betrouwbare informatie, wordt in toenemende mate ook anders gedacht. De betrouwbaarheid van Wikipedia-informatie zal voor veel gebruikers niet echt ter discussie staan ondanks bibliotheekstandpunten hierover. Veel web 2.0 toepassingen gaan er van uit dat de consument ook content vervaardigt en levert en die wil delen met andere consumenten zonder dat daaraan meteen een keurmerk komt te hangen.
Items als My Discoveries, My Librarything of Dizzie sluiten daar dus bij aan.
Zou wenselijk zijn om als BAP te onderzoeken of onze klanten daar ook behoefte aan hebben en hun leesbeleving met elkaar willen delen. Eigenlijk is het meer bibliotheek 2.0 om zoiets gewoon uit te proberen en weer bij te stellen aan de hand van de reacties van de klant.
Zoals al eerder in een blog gemeld zie ik daar bijvoorbeeld in combinatie met de leeskringen wel interesse voor ontstaan.
De klant die snel informatie wenst, wil die ook graag thuis lezen/raadplegen en daarvoor niet steeds naar de fysieke bibliotheek hoeven te gaan. Het is dus te hopen dat de proef met thuisraadpleging van de Krantenbank resulteert in een landelijke dienstverlening, maatwerk dus. Komende week in Amsterdam door de Projectgroep Bibliotheken een presentatie over deze proef evenals een presentatie over de digitale leeskring. Zo zullen er vast nog wel meer ontwikkelingen zijn en komen.
Ik vind de laatste jaren wel eens dat onze bibliotheek (voor wat het waard is: we zijn niet de enige) maar langzaam de omslag maakt naar nieuwe dienstverlening. Hiervoor zijn natuurlijk allerlei oorzaken te noemen maar het heeft naar mijn mening toch ook wel veel te maken met de samenstelling en het bereik van onze doelgroepen. Met ontbrekende of niet actueel meer zijnde niet-gebruikersonderzoeken (om meer inzicht te krijgen in de behoeften van de ex-klant of potentiële nieuwe klant).
Het meeste recente klantonderzoek dateert van een jaar of twee geleden en daaruit bleek dat men vooral kwam voor de ”oude” dienstverlening en mindere interesse had voor de nieuwe opties. Het is dus zaak om zorgvuldige keuzes te maken die bij de start toch aansluiten bij de eerder als minimaal aangegeven belangstelling.
Natuurlijk heeft andere dienstverlening en er anders uit zien ook consequenties voor de medewerkers, zij zullen mee moeten gaan in die nieuwe ontwikkelingen.
Al zal niet al het nieuwe per definitie toegepast worden, het is wel zaak om op de hoogte te zijn en te blijven.
Zie het bibliothecaris 2.0 manifest, het komt wel behoorlijk credo-achtig over, maar maakt wel duidelijk wat er in een bibliotheek 2.0 van ons verwacht wordt.
De 23 dingen cursisten van nu zijn weer een beetje bijgeschoold, hopelijk gaan in het najaar nog een aantal collega‘s de cursus volgen.
Het zou een goede ontwikkeling zijn als de BAP projectgroep “digitale bibliotheekzaken’ de 23 dingen zaken oppakt en zich bijvoorbeeld gaat bezighouden met bijscholing van medewerkers in combinatie met de introductie en promotie van de Aquabrowser en Zoek&Boek, de mogelijkheden van de nieuwe website optimaal weet te benutten, de Hyves jeugdbibliotheeksite volop ondersteunt en bijvoorbeeld gaat onderzoeken in hoeverre leesbevorderingprojecten gecombineerd kunnen worden met bibliotheek 2.0 zaken.
Werk genoeg, het wordt tijd voor een vernieuwd en concreet projectplan van de projectgroep en uitbreiding van de bezetting.
Lijkt mij een mooi begin om een vervolg te geven aan de 23 dingen cursus.






